SBD-lid in de kijker: Kirill Van den Abbeele, bestuurder van IGC Group en SBD

2026/03/30

Traceability is uitgegroeid tot een centraal thema in de diamantsector, gedreven door strengere verwachtingen van luxemerken, veranderende regelgeving en een groeiend bewustzijn bij consumenten. In dit interview deelt Kirill Van den Abbeele, bestuurder van IGC Group en SBD, zijn visie op deze evoluties en licht hij toe hoe IGC Group hier vandaag concreet mee omgaat.

Terug

Traceability is uitgegroeid tot een centraal thema in de diamantsector, gedreven door strengere verwachtingen van luxemerken, veranderende regelgeving en een groeiend bewustzijn bij consumenten. In dit interview deelt Kirill Van den Abbeele, bestuurder van IGC Group en SBD, zijn visie op deze evoluties en licht hij toe hoe IGC Group hier vandaag concreet mee omgaat.

Vertel eens iets over uzelf en hoe u in de diamantsector terechtgekomen bent?

“Mijn interesse in stenen is er eigenlijk altijd geweest. Als kind ging ik met mijn familie vaak wandelen in Zwitserland, en ik nam steevast stenen mee naar huis die ik mooi vond. Ik herinner me nog dat ik ooit een bijzonder zware steen vond en die kilometers lang heb meegedragen. Die ligt vandaag nog altijd bij mijn ouders thuis!

De link met de diamantsector kwam via mijn grootvader, die al actief was in de sector. Later heb ik aan de Universiteit Antwerpen Handelsingenieur gestudeerd, waar ik mijn thesis schreef over de overdracht van familiebedrijven. Daarin bestudeerde ik onder andere drie cases binnen de diamantsector. Zo is de stap naar IGC Group uiteindelijk heel natuurlijk gegroeid.”

Diamantbedrijven zijn nog niet verplicht om een digitaal traceerbaarheidsplatform te gebruiken. Kunt u de SBD-leden kort uitleggen wat traceability in de diamantsector precies betekent en wat de huidige verplichting inhoudt?

“Het oorspronkelijke idee was om alle diamanten groter of gelijk aan 0,50 karaat op een digitaal traceabilityplatform te plaatsen. Daarbij zou ruwe diamant eerst via een beperkt aantal hubs moeten passeren om geregistreerd te worden. Na het slijpen moest de diamant opnieuw via zo’n hub om te bevestigen dat het geslepen product effectief uit het geregistreerde ruw afkomstig was.

Onder het vorige beleid bij Antwerp World Diamond Centre positioneerde Antwerpen zich als een quasi exclusieve hub. In theorie is dat een sterk model, omdat het de controle centraliseert en de goederenstroom door Antwerpen zou vergroten, maar in de praktijk botste dit op heel wat operationele bezwaren, wat tot weerstand in de sector leidde.

Hoewel een registratie van origine op een digitaal platform van geslepen stenen groter of gelijk aan 0,50 karaat lang het einddoel was, is dit verschillende keren uitgesteld. Momenteel is dat systeem vervangen door een Due Diligence Statement bij de import van geslepen diamant van 0,50 karaat en groter. Daarin verklaar je dat de diamant geen Russische oorsprong heeft, en je moet dit kunnen staven met bewijsstukken indien gevraagd. Voor kleinere stenen zijn er momenteel quasi geen restricties.”

IGC Group staat verder op vlak van traceability dan de wettelijke verplichting. Waarom vinden jullie dit zo belangrijk?

“Het is essentieel dat de eindconsument een goed gevoel overhoudt aan de aankoop van een diamant. Je wil vermijden dat iemand achteraf ontdekt dat zijn steen een dubieuze oorsprong heeft.

Voor grote luxemerken speelt dat nog sterker: hun merkimago staat op het spel. Het is dan ook geen verrassing dat verschillende luxemerken al vóór het conflict in Oekraïne hun eigen, strengere eisen rond oorsprong oplegden.”

Welke druk komt er vanuit klanten, overheden en consumenten om de herkomst van diamanten beter te documenteren?

“Het conflict in Oekraïne heeft alles in een stroomversnelling gebracht. Luxemerken hebben hun eisen rond oorsprong sindsdien sterk uitgebreid. Waar de wetgeving zich beperkt tot stenen vanaf 0,50 karaat, leggen zij voorwaarden op voor alle diamanten, ongeacht de grootte.

Bovendien willen ze meer zekerheid dan een loutere verklaring van waar het niet komt. Ze willen exact weten uit welke mijn de diamant komt, welk mijnbouwbedrijf betrokken was, indien er een tussenpersoon werd gebruikt om het ruw aan te kopen, wie dit was. Daarnaast willen ze weten in welk atelier het geslepen werd, en in welke mate dat alles met bewijsstukken onderbouwd kan worden. Ze willen een duidelijke breakdown van alle aanwezige origines in de levering bekomen. Daarnaast heeft elk merk zijn eigen regels, vaak gecontroleerd via externe audits, maar soms voeren klanten ook zelf audits uit.

Overheden spelen eveneens een rol. In de VS waren er bijvoorbeeld invoertarieven die afhankelijk waren van de oorsprong.

Wat consumenten betreft: hoewel we daar minder direct zicht op hebben, zien we wel een duidelijke trend. Mensen willen steeds meer weten waar producten vandaan komen, of het nu gaat om diamant, kleding of voeding. Opvallend is wel dat winkelpersoneel, zelfs bij high-end merken, die informatie niet altijd paraat heeft of soms zelf geen geruststellend antwoord kan geven.”

Hoe wordt traceability praktisch aangepakt?

“Een goede administratie is cruciaal. Zeker bij veel transacties heb je een doordacht ERP-systeem nodig.

Voor grotere stenen is het relatief eenvoudig: één steen heeft één oorsprong. Bij kleinere stenen, die vaak in parcels verkocht worden, wordt het complexer. Je kan ze per origine gescheiden houden, maar dat geeft snel een explosie van het aantal loten. Je kan ook origines mengen, maar dan moet je goed opletten dat je enkel compatibele origines combineert. Er bestaan verschillende berekeningswijzen om de herkomst in gemengde loten te beheren, zoals FIFO (First In First Out) of werken met gemiddelden, dit alles is echter niet zo simpel als het lijkt.

Technologisch zijn er verschillende oplossingen in ontwikkeling. Blockchain wordt soms gebruikt om transacties vast te leggen, maar dat blijft vaak een ‘paper trail’. Er bestaan ook systemen waar een soort DNA-markering op geslepen stenen wordt aangebracht, maar die zijn momenteel te duur om betrouwbaar op grote schaal voor kleinere diamanten te worden gebruikt. Los daarvan kan deze DNA-markering mijns inziens geen harde garantie geven van waar het ruw komt, en komt deze oplossing ook slechts neer op een papertrail.

De meest veelbelovende technologie lijkt mij het scannen en opvolgen van de transformatie van ruw naar geslepen diamant. In theorie kan je zo elke stap vastleggen, maar de vraag blijft of dit ooit kostenefficiënt wordt, zeker voor kleinere stenen.”

Kan traceability de reputatie van de Antwerpse diamantsector versterken?

“Het is geen geheim dat men in sommige andere diamantcentra zeer eenvoudig toegang heeft tot goederen met bijvoorbeeld Russische oorsprong, iets wat in Antwerpen niet voorhanden is. Wij voelen aan dat sommige klanten ruw verkiezen dat gekocht werd in Antwerpen, in tegenstelling tot andere centra. Tot harde cijfers in de vorm van een omzetgroei heeft dit voor ons echter nog niet geleid. Ik denk wel dat de harde restricties omtrent import van Russisch ruw een duwtje in de rug hebben gegeven aan de reputatie van Antwerpen als ethisch diamantcentrum.

Of dat zich ook zal vertalen in een duidelijke omzetgroei, blijft voorlopig af te wachten.”

Heeft u tips voor SBD-leden die willen starten met traceability?

“Begin met het verzamelen van basisinformatie over de oorsprong van uw diamanten: het land van herkomst van het ruw en het land waar de steen geslepen werd. Werkt u met oudere stock, zorg dan dat u garanties heeft dat het om ‘grandfathered stock’ gaat.

Zelfs als deze informatie voorlopig enkel op uw aankoopfacturen staat en nog niet in een ERP-systeem zit, is dat al een belangrijke eerste stap. Als een klant ooit vraagt naar de herkomst, dan kan u die informatie opzoeken en correct meegeven.”

Deel dit op

Hoveniersstraat 22
2018 Antwerpen • België
+ 32 3 233 11 29